Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat doet groote dingen. In de kazerne, op 't schip staat de soldaat onder commando, daarbuiten heeft hij noodig vriendelijkheid, sympathie. -Ik zal van goedertierenheid en recht zingen,« moeten niet alleen psalmisten, maar ook infanteristen, cavaleristen, fluitisten en allerlei kazernisten kunnen aanheffen !

Daarom waardeeren wij de oprichting en den arbeid der 35 Tehuizen voor Militairen op de 43 plaatsen van Garnizoens-indeeling in ons vaderland.

Wat echter is het geval ? 't Is één en dezelfde persoon, dien wij bedoelen, de jongeling, die toch niet een andere is als hij het burgerkleed tijdelijk verwisselt met ëen soldatenjas. En toch schijnen de arbeidsterreinen meer cirkels, die elkander raken, dan die elkander dekken, beheerscht door hetzelfde middelpunt. Kan er niet meer eenheid komen en staat de Ned. Mil. Bond niet op dezelfde ruime basis als het Ned. Jong. Verbond zich koos ? Is samenwerking niet mogelijk, zonder dat dit nog samenvloeiing moet zijn ?

Daarom is spreker zoo vrij den hooggeachten referent twee vragen te doen. Ze zijn deze, hier verkort weêrgegeven :

le. Is samenwerking niet g e w e n s c h t, en welke zijn de beste middelen tot bereiking van het doel ?

2e. Is samenwerking m o g e 1 ij k ? Is er gelijk is gezegd, bij den Ned. Mil. Bond een bevoorrechting van eene bepaalde kerk, gelet op de huisvaders, die op één na, allen tot de Geref. Kerk behooren, en wordt wat reglementair-ruim is vastgesteld ook practisch uitgevoerd? De Bondsvoorzitter eindigt met deze woorden: >Ik ben zoo vrij deze vragen te stellen en hoop, hooggeachte Generaal! dat deze kleine man, die een »buitenstaander« is, ook omdat hij geen wapenen ooit gedragen heeft, u hiernjede mag lokken uit uw tent. Gaarne geef ik u thans het woord, waarvoor ik u bij voorbaat dank.

Generaal-Majoor Schoch spreekt:

Ik heb een gevoel, alsof ik stond voor de troepen in 1870. Toen kwam ik zoo uit den trein op het slagveld. Nu kom ik ook zoo uit den trein, niet op 't slagveld maar op een vergadering. Dat is geen alledaagsch werk voor mij. Ik dank u reeds voor 't werk dat gij doet. Toen de vraag van het Bondsbestuur tot mij kwam om tot u over dit onderwerp te spreken kwam de idee bij mij op, dit nu eens aan jongeren over te laten. Wij hebben al zoo lang voor deze zaak gestreden. Ik behoor tot de oude garde en onwillekeurig dacht ik toen aan die andere oude garde, die van Napoleon, die altijd op het laatste moment in 't hevigste van den strijd gesommeerd werd, en dan weigerde deze ook niet, maar zeide steeds: »La garde meurt, mais ne se rend pas«, d.i. De garde sterft, maar geeft zich niet over. Ook de oude garde van ons Bondsbestuur legt haar taak nog niet neder en ik wil daarom zooveel mogelijk trachten te antwoorden op de vragen, mij gesteld.

Allereerst breng ik een groet over van den Nederl. Militairen Bond en bid, dat Gods zegen rusten moge op u, Bondsbestuur en u, Leden.

Sluiten