Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mensch komt, is het uit met 't instinkt, uit met de natuur, uit met het nu.

Ook een persoonlijkheid is een eeuwigheidspunt in den tijd. Een bergspits in de laagvlakte. Het beste bewijs is wel dit, dat alle groote historische persoonlijkheden beteekenis hebben voor altijd en voor alle plaatsen. Heeft de persoon van Jezus Christus nog niet evenveel beteekenis, als toen Hij geboren werd ? Staat Hij nu niet als de Zon der Gerechtigheid, schijnende al de eeuwen door ? En zoo zeker als de zon aan het firmament staat, zoo zeker als toen God sprak: er zij licht,« het licht van Zijn hand is uitgebroken, zoo zeker is iedere historie persoonlijk, maar bovenal de geschiedenis des Menschenzoons, het eeuwige licht in den tijd.

Het zal u zeker niet verbazen, als ik zeg, dat als wij ons rekenschap geven van de historische verschijning van Jezus Christus, wij ons moeten verdiepen in de eeuwigheid. En waar ik dit met u aanvang, daar ben ik Schriftuurlijk. De bandelooze, eigenwillige godsdienst van onze dagen meent in 't systeemlooze van onze dagen de Godheid te vereeren, maar dat wil de Schrift niet.

-De Schrift gelooft niet in een sfinx in de woestijn. De Schrift verlicht de heerlijkheid van het vleeschgeworden Woord, wil ons doen weten in Wien wij gelooven. Het heelal is door Gods Woord toebereid. Het geloof in den mensch wordt woorden van Gods hart, liefde, geest, en waar een Christen alzoo belijdt, zegt de Schrift: Verdiep u in deze heerlijke verschijning.« Let er nu eens op : in de voorrede van Johannes's Evangelie lezen wij de historie van Jezus Christus van af de schepping tot in den schoot der eeuwigheid.

De Schrift wil Jezus, die mensch is geworden, als organische openbaring van Dengene, die God is, door Wien alle dingen zijn gemaakt.

De Schrift dwingt ons, om tot de historie in te keeren, en van daar in te keeren tot de heerlijkheid Gods. Hij die in den boezem des Vaders was, het Woord, dat God is, was en zal zijn, blijft God, in de eeuwigheid het Woord, door Wien alle dingen zijn gemaakt, dat gemaakt is; zelfs deze lamp hier aan het einde van deze zaal. Het Woord dat God is, is bloed geworden, vleesch, man met ons. Waar gij hebt Gods Woord, daar hebt gij dit Woord niet willekeurig, gij hebt de Schrift open te slaan, om te zien, dat Gods Woord naar de Schrift is. Wie Gods Woord wil zien, geeft zijn adem, zijn boezem, zijn hart, zijn nagels in de kracht Gods, weet dat Gods Woord het graf draagt van een vader en een moeder, omdat Hij de eeuwige, hun God is, de Eeuwige, Almachtige.

Ziet gij het, jonge Gemeente, Christelijke mannen ! daar hebt gij een Goddelijke roeping, niet om gemakkelijk 't Koninkrijk te dienen, met het geven van gaven u er af te maken, ook niet gelijk een os loopt achter den.ploeg, gedachteloos voortloopende, neen, jonge mannen, gij hebt u aan te gorden met Gods kracht, want het vleesch geworden Woord is op u.

God openbaart ons het Woord, Gemeente ! 't Woord Gods, alle dingen scheppende, den nieuwen mensch herscheppende, ziedaar

Sluiten