Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heiligen, en uren lang in den tempel vertoefde. Hij werd van priester, Hoogepriester £n Koning.

Waar ik dezen middag een kort woord tot u kon spreken, wil ik u nog een toetssteen geven om te oordeelen over de nieuwe stroomingen van onzen tijd.

Tegen het materialisme. De materialisten zeggen: Wijsheid Gods is er niet in 't heelal, alles is toevallig en zal tot stof wederkeeren.«

IJdelheid der ij delheden !

De materialist heeft den Zoon niet, heeft het Woord niet, en luistert nu eens goed, daaróm kent de materialist alleen den kringloop des levens en niet des geestes.

De theosophie, ook een machtige beweging in onzen tijd. De theosophen gelooven aan een wederkomst in het stof, in een andére mooiere gedaante.

Wonderlijke geboorte, niet uit de natuur, niet uit den wil des mans, wonderlijk, hoewel het wat anders is, in den geesteskring.

Wat moet het zijn? Leven in den geest, met Jezus Christus t'huis in den geest. »Vader in Uwe handen beveel ik mijnen geest.«

De openbaring van God is de Geest van het vleesch geworden Wóórd, opdat alles wat stof is, zou schitteren voor ons in 't licht der (eeuwigheids-)heerlijkheid.

Voelt gij het niet ? De Geest is het Woord.

Daarom is het materialisme gekomen tot de toevalsleer. Een materialist heeft geen leven, geen gedachte, geen hoop, geen idéé, geen Zoon, geen Geest en waar het alzoo is, daar kan het niet anders, of waar de mensch opleeft, tot zich zelf komt, daar wordt de materialist begraven en onder gedragen, in den dood : het leven is afgestorven, het is weg. Dan komen de menschen, met schoonheid, glans, witte vogelen, tempels van hout, niets anders dan schoone verschijnselen.

Ik weet niet, of gij het begrijpt.

In onze dagen wil ieder hooren, wat hij verstaat. De kerk van Christus is een organische openbaring. Als er nu 100 zijn, die het niet verstaan, zegt gij dan niet: voor mij wordt niet gesproken.

Schopenhauer heeft gezegd:. »de mensch, die de wereld als een schouwspel beschouwt, maakt er een kijkkast van. Glücklich' zu sein, herrlich zu sehen!« De schoonheid van die jonge mannen, die buiten God hun heil zoeken, verteert in het graf, hun kracht is uitgeput. Zij kunnen het niet uithouden. Scientisten, theosophen, menschen die de mystiek zoeken, ver verwijderd van het heilige wezen des Vaders. Zondebesef hebben zij eigenlijk niet. En juist die verschrikkelijke zondegedachten, waardoor zelfs een Augustinus, een Luther en een ieder diepgaander worden aangegrepen, zij kennen ze niet.

Al die stroomingen hebben niet gezien Gods verhevenheid, Gods heilig wezen.

Zij hebben geen zondebesef, omdat zij God niet vreezen, het Christendom te kort doen.

Het christendom is zoo diep, het ondervangt theosophie ; het is

Sluiten