Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar wij denken -aan het woord : Als ik zwak ben, dan ben ik machtig ! Er is toewijding noodig om iets voor Jezus te doen. Ook wij onderschrijven, wat in uw Bondslied staat: »Een Koning voert ons aan«. Wij hebben een Koning, Die zooveel voor ons deed, wat doen wij voor Hem ?

Namens de Oeref. Kerk van Zwolle wordt ons nog een groet overgebracht door Dr. Wielenga, die haar vertegenwoordigt. De afgev. die om des tijds wille zeer kort wilde zijn, zegt dat onze Bond hem zeer sympathiek is.

Alle afgevaardigden ontvangen van Ds. Van Noort een hartelijk dankwoord en zegenwensch, en ieder mocht ook van de vergadering hartelijke bijvalsbetuigingen vernemen.

Van de gelegenheid tot het stellen van vragen naar aanleiding van Dr. De Hartog's referaat, werd thans gebruik gemaakt door Ds. Hunningher van Amsterdam en den heer Joh. Visser, Haarlem.

De eerste gelooft, dat het woord van Dr. De Hartog voor velen zeer hoog was en zet daarom de hoofdgedachte nog even uiteen, want 't zou kunnen, dat het gesprokene op de hoogte der bergen bleef liggen en daar is het te uitnemend voor.

Br. \ isser ziet in het woord van den geachten referent een zekeren aanval op het geloof van zeker een groot deel der aanwezigen; men moet zich er aan overgeven of zich er tegen verdedigen, doch velen konden het niet begrijpen, wij zijn niet allen bekeerde- evenmin allen onbekeerde menschen. God wordt het meest verheerlijkt door onze zaligheid. Met al zijn veelzijdigheid is Dr. De B. toch eenzijdig.

Dr. De Hartog licht nog nader een en ander toe en komt er op, dat wij de waarheid moeten dienen en onze getuigenis moeten laten hooren. Wij hebben niets te zijn dan dienstknechten Gods. Dat is een heilige roeping. Ik wil niet heerschen, maar dienen, daarom heeft God mij uitgeschud, en wonderbare dingen aan mij gedaan, mij mijn philosophie ontnomen en verboden den weg te gaan, dien ik bewandelde. Ik begrijp de bezwaren van br. Visser niet, maar ik ben niet aangerand, ik zeg Amen op 't woord van br. "V . Hij staat in de getuigenis. Socialisten en materialisten zÜn gebroken, doch op de wijze van br. Visser zou dit niet bereikt worden. Bij de Maria s en Martha s behooren ook de Juhannessen en Petrussen.

De Voorz. dankt den geachten referent zeer voor zijn woord en hij is blij, dat het B. B. hem uitgenoodigd heeft, doch de lijn loopt over Luther en Calvijn beiden:

Luther zegt: „Het Woord zult gij laten staan" en Calvijn: „Ik breng mijn bloedend hart den Heer ten offer."

Dat onderschrijft de referent ten volle. De vergadering was blijkbaar onder den indruk van het referaat, dat zij misschien niet geheel begrepen, doch zeker gevoeld had.

Ds. C. Veen van Haarlem eindigt, nadat de Voorz. alle betrokkenen in ons Bondsfeest dank gezegd had, met dankgebed, en gezongen was het vierde couplet van ons Bondslied.

Sluiten