Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij brengt u wis uw eeuwig welzijn nader,

Hebt slechts geduld en wat u deert, verdwijnt. Hij lenigt in deez' ballingschap uw smarten,

Door Godsdiensttroost u liefdrijk voorbereid: Hij doet u hier des levens rampen tarten, En schenkt u eens de hoogste zaligheid.

God is uw steun, uw troost, uw vriend, uw vader Hij leidt ons aan zijn Vaderhand,

Naai1 t waar, naar t eeuwig Vaderland.

JEZUS Pijnen en diepe smarten heeft Hij zelf gedragen, de smarten, de diepe smarten, onze smarten heeft Hij voor ons gedragen.

LIJDEN.

Al onze smarten heeft de Heer gedragen, voor onze zonden, ons ter verlossing. Onze smart en kwalen heeft Hij gedragen.

CHRISTUS, GIJ LAM GODES.

Christus, Gij Lam Godes, die der wereld zonde draagt, erbarm U onzer.

_ Christus, Gij Lam Godes, die der wereld zonde draagt, geef ons Uwen vrede!

Amen.

Onder het zingen had Ds. A. de Haan van Zwolle, Voorzitter van het Eere-Comité, den kansel beklommen. Zijne rede, vol overuiging en met machtige stem, die heel de ruimte beheerschte, uitgesproken, was ongeveer als volgt:

In onze dagen wordt menigmaal een woord vernomen, dat een machtwoord zijn moet; een leuze, die ten doel heeft vele menschen en inzonderheid jonge menschen bij elkander te brengen, en vele kloven — ook de diepste — te overbruggen, deze leuze': «Godsdienst is een privaatzaak.«

Men wil daarmee zeggen : godsdienst is zoo iets geheel persoonlijks, dat men hem m huis moet houden, liefst in de binnenkamer ol wel achter de muren van de kerk; maar in het publiek op de markt des levens heeft hij zich niet te doen gelden. Wij 'willen zoo heet het verder, samenwerking op elk gebied, en dat kan ook' maar dan moet gij er den godsdienst buiten houden, buiten de we' tenschap, buiten de kunst, buiten het gebied van het maatschappelijk leven, buiten de school, buiten alles — en zoo gij hem niet missen kunt, houd hem dan, maar voor uzelven, voor u alléén !

Gij kent die leuze, en wie zal zeggen hoevelen er zich reeds door hebben laten verleidep.

Maar plaats nu tegenover die leuze eens het woord van onzen Heiland, dat gij vindt irt Joh. 15 : 5 »Zonder Mij kunt gij niets doen !« S J 1Ctó

Sluiten