Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welk 'n woord ! Welk 'n hoog zelfbewustzijn spreekt er uit. De heilige zekerheid ligt er aan ten grondslag : Ik ben onmisbaar op elk gebied. Hoezeer getuigt het van de macht en de majesteit van Hem, die het sprak; maar tevens van de machteloosheid des menschen. Dat is wel vernederend voor ons, groote menschen, die immers zoovéél, zoo alles vermogen ! Gij kunt niets doen, niets zonder Mij !

Dat geldt ook u, jonge menschen, leden van het Nederlandsch Jongelingsverbond. Het valt niet mee, zoo'n uitspraak van Jezus ; en gij weet het wel bij ervaring hoeveel er van binnen is, dat daar tegen opkomt. Ze moeten er aan, Broeders, de afgoden, aan welke nog al te gaarne geofferd wordt, naar ik vreeze ook nog in uwen kring. Mag ik er een paar noemen ? Laat het zijn een viertal, dat staat op het voetstuk van den hoogmoed.

De le heet: »Ik be n«. En nu moogt gij zelf dat »I k b e n« wel aanvullen. Begint maar met te zeggen, wat gij niet zijt, dan komt gij vanzelf wel waar gij wezen wilt. Ik ben niet zooals deze en die ; ik ben dan ook een lid en, al zeg ik het zelf, een trouw lid van de christelijke jongelingsvereeniging. Ik ben een trouw kerkganger. Ik ben ... Ga niet verder ! Die afgod moet neergeworpen worden en gij moet komen tot de erkentenis : ik ben niets, niets zonder Jezus.

»Ik w e e t« is No. 2. En gelooft gij niet met mij, dat deze afgod vele aanbidders heeft, inzonderheid onder jonge menschen, en zou hij ze tevergeefs zoeken onder de leden van het Verbond? Maar daar hoor ik al iemand zeggen: is het dan te ontkennen, dat de tegenwoordige leden heel wat meer weten dan de vroegere ? Hoevelen zijn thans, om maar iets te noemen, gediplomeerd ! Nu, dat zal wel zoo wezen, en misschien zijn er ook wel, die bereid zijn zelf zich een diploma extra uit te reiken. Broeders, weest voorzichtig, heel voorzichtig met dat »Ik week Straks groeit het boven God uit. Neergeworpen moet die afgod worden, opdat gij deze woorden moogt leeren spellen : ik weet niets, niets buiten Jezus.

De 3e is : »I k ka n«. Ja, wat al niet ! Het menschelijk kunnen heeft een aanzienlijke hoogte bereikt. En kunnen vooral de jonge menschen niet veel ? Trachten zij geen torens van Babel te bouwen? Heet het niet-: wij moeten onze eigen kracht ontwikkelen, het zelfdoen is zoo mooi? Ook die afgod moet neergeworpen worden, opdat gij op zijn puinhoop leert belijden: ik kan niets, niets zonder Jezus.

En nu nog de 4e: »Ik h e b«. Is het veel dat gij hebt van uzelven ? Misschien hebt gij u eenigen rijkdom verworven ; of gij hebt invloed in den kring, waarin gij leeft, met name in uwe vereeniging ; gij hebt macht ! Wellicht hebt gij vele goede werken op de credit-zijde van het Grootboek uws levens en gij jubelt: Ik heb geens dings gebrek ! Broeders, gij verstaat het toch wel: neergeworpen moet ook deze afgod worden, opdat gij het erkent: ik heb niets, niets buiten Jezus.

Zonder Mij, zegt uw Koning, zijt gij niets en hebt gij niets en weet gij niets en kunt gij niets.

Sluiten