Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar is het Jezus dan te doen om u neder te werpen door zijn woord, zóó dat gij niet meer op kunt komen ? Mijne vrienden, als gij Hem waarlijk hebt leeren kennen als uw Heiland, dan vraagt gij dat niet. Als ik zwak ben, dan ben ik machtig,« dat is de heerlijke ervaring van iederen geloovige. En Paulus' jubel : Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft,« vindt zijn grond in dat zonder Mij kunt gij niets« van den Heer.

En nu zeg ik niet, dat het leven buiten Jezus van allen glans en alle warmte en alle licht ontbloot is. Als dat zoo ware, hoe zou liet dan zoovelen kunnen aantrekken ! Maar dit zeg ik, dat die glans o zoo spoedig verbleekt; dat die warmte is als van een vuur, dat een wijle hoog opvlamt, maar weldra is uitgebluscht; dat dat licht doet denken aan een vuurpijl, die wel mooi schittert, maar u, vóór gij het weet, in donkerheid laat. Het leven buiten Jezus bevredigt niet. Geen geluk zonder Jezus. Vandaar dat verlangen menigmaal, ook bij jonge menschen, dat dwaze verlangen naar den dood, zonder aan den dood en aan het graf te durven denken. Zult gij waarlijk gelukkig zijn, dan moet gij een ontmoeting hebben gehad met Jezus, een ontmoeting, die van blijvende beteekenis voor u is. En dan, als Jezus u onmisbaar geworden is voor uw persoonlijk leven, dan gaat gij het steeds beter verstaan : zonder Mij kunt gij niets doen !

Ook hiermee schijnt de ervaring in strijd. Wij kunnen wel wat doen, wordt ons toegeroepen. Hoeveel wordt er afgedaan ! En inderdaad, aan gejaag, aan veeldoenerij ontbreekt het in onze dagen niet. Maar de Schrift legt nu eenmaal een anderen maatstaf aan dan de menschen gewoon zijn. En Jezus noemt al dat veel-doen en dat goed-doen en dat mooi-doen zonder Hem, eenvoudig : niets doen. Al dat doen doet ons denken aan hetgeen wij lezen van de discipelen tijdens den storm op zee : zij pijnigden zich zeer om het schip voort te krijgen : Jezus was nog niet tot hen gekomen. Maar nauwelijks is Jezus aan boord of de storm bedaart en het schip bereikt de haven. Zonder Mij kunt gij niets doen.

Dat geldt ook van den strijd. Jonge mannen, hoe staat gij in uw strijd ? Gij wilt hem toch niet strijden zonder Jezus ? Toegeroepen wordt u : grijpt uzelven aan, spant in al uw kracht. Is het niet het hoogste te overwinnen in eigen kracht ? Is juist dat niet menschwaardig ? Broeders, zij, die zoo spreken, kunnen wel meenen te overwinnen, maar is het daarom zoo ? Ik denk aan een fabel van La Fontaine : Daar is een schilderij, dat veler aandacht tot zich trekt. Het stelt voor een leeuw, die door een man werd overwonnen. Een prachtig stuk is het en de menschen genieten er van dat één hunner den koning van het woud aan zijn macht onderwierp. Er wordt feestgevierd en er is muziek. Maar als het feest zijn hoogtepunt bereikt. . . komt daar dood bedaard een heusche leeuw aanwandelen en — het feest over de ovenvinningsmacht van den mensch is in eens uit, en allen, lofredenaars en muzikanten vooraan, zoeken hun heil in de vlucht.

Al die overwinningen in eigen kracht, hetzij over de zonde, hetzij over de rampen des levens, zijn niet anders dan geschilderde

Sluiten