Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat zonder licht en zonder troost en zonder vrede. Weest gewaarschuwd, houdt u aan het Woord des Heeren, laat er u door voorlichten en in duisternis komt gij niet om !

Volhardt in het gebed ! Het is het middel der gedurige gemeenschapsoefening tusschen u en den Heer. En waar uw Heiland geheele nachten doorbracht in het gebed, zoudt gij daar dagen, zelfs uren het gebed kunnen misseh ? Schuilt dichter, steeds dichter bij Jezus ! Met mijn Jezus kan ik nimmer stranden. Man van Smarten, heelt Hij alle smart, Keet'nen breekt Hij van gevouwen handen, Bergen rolt Hij van des bidders hart.

Jezus blijft met u. Zijn heengaan was geen verlaten. Hij geeft u, ook u, de verzekering : Ziet, Ik ben met u a 1 de dagen tot aan de voleinding der wereld. Amen.

Ds. De Haan noodigde daarna de schare uit te zingen Gezang 205 : 3 en 5 en beval de collecte voor kerk en Verbond dringend aan.

Thans besteeg Dr. De Moor, Predikant der Geref. Gemeente te 's Gravenhage, den kansel. Z.Ew. sprak ongeveer als volgt:

De eerste spreker heeft u opgewekt den Koning der Eere groot te maken ; de tweede u herinnerd aan het woord van dien Koning zonder Mij kunt gij niets doen«; ook het woord, dat ik zal spreken, zij een woord voor den Koning der eere, Die onze hulde zoo waardig is.

Dr. De Moor herinnerde aan de geschiedenis van een man, aangetast door een vreeslijke ziekte in den mond, die slechts kon gered worden door het wegnemen van de tong. Toen de operatie zou plaats hebben, werd hem gevraagd, of hij nog iets te zeggen had, voor hij voor altijd de spraak zou verliezen. De kranke opende den mond en sprak : Geloofd zij Jezus Christus.

Gelukzalig hij, die in angst en pijn en zelfs in de laatste ure, zoo mag spreken. Geloofd zij Jezus Christus. Is dat niet de blijde uitroep, vooral op dezen dag en vooral in dezen kring ? Indien ik moest vreezen, dat het anders ware, zou ik hier niet durven roepen voor den Koning der eere. Indien het Nederlandsch Jongelingsverbond slechts enkele dagen van parade had en geen innerlijk, geestelijk leven te speuren was, het zoude,niet kunnen opkomen voor de eere van Christus. Indien ik niet wist, dat straks de jonge mannen huiswaarts keerden met de begeerte den Koning der Eere te dienen, ik zou anders spreken. Hier monsteren wij slechts de krachten, die zich den dienst van dien Koning wenschen te wijden, 't Was heden verzamelen, straks keert ieder naar de stilte van eigen kring weder en arbeidt daar voort aan de eenvoudige, maar zoo belangrijke taak der Christelijke jongelingsvereeniging. En gij Gemeente zult huiswaarts gaan, en u de vraag moeten stellen : was het de moeite waard op te komen voor de C. J. V. ? Die vraag heeft de geschiedenis reeds beantwoord. Indien gij den Koning"der Eere kent, dan zult gij ook in dezen uwe roeping volgen. Maatschappelijk, kerkelijk mogen wij misschien niet geheel gelijk

Sluiten