Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE B.

Verslag van den Penningmeester.

Het verslag dat na afloop van het boekjaar 1909—1910 door mij gegeven moet worden, getuigt; evenals in vorige jaren van een voortdurenden strijd tegen de uitgaven die door de ontwikkeling van onzen arbeid steeds toenemende blijven, terwijl de steun die wij van de leden behoorden te ontvangen, evenmin als die van het Christelijk publiek in ons Vaderland met die vermeerdering der uitgaven gelijken tred houdt.

Meenden wij verleden jaar een betere regeling ten opzichte van de Redactie van den Jongelingsbode gevonden te hebben en op een geregeld batig saldo uit dien hoofde te kunnen rekenen, het afgeloopen jaar heeft getoond dat wij ons daarin vergist hadden en dat wij een verlies te boeken hadden van f219.81.

Dit resultaat is echter niet te wijten aan achteruitgang van het aantal abonnenten, doch veelmeer aan het geringe bedrag hetwelk de advertenties ons opbracht, gevoegd bij de hoogere redactiekosten.

Wij vertrouwen echter dat in het vervolg, het vroegere winstcijfer, onder de kundige leiding der tegenwoordige Redactie weder ingehaald, ja overschreden zal worden.

Wat het Knapen-blad „Jong Holland" betreft hebben wij een regeling getroffen die het verlies voor den toekomst tot een maximum beperkt. Moge echter hier het verlies spoedig verdwijnen en vervangen worden door een winst.

Het was echter niet alleen het Bondsorgaan dat ons eene teleurstelling veroorzaakte. Alle andere bondsuitgaven, de Insignes medegerekend, brachten veel minder op daa in het vorige boekjaar, de meesten om zeer verschillende redenen, niet vooruit te bepalen.

Er kan dan ook door mij niet genoegzaam gewezen worden op de hulp die wij van alle bondsleden noodig hebben, en welke hulp kan bestaan zoowel in het geven van bijdragen als in het koopen en aanschaffen der aangeboden Bondsuitgaven en Insignes.

Reis- en Verblijfkosten bleven dit jaar bijna f 300.— onder die van verleden jaar, voornamelijk tengevolge van het terugbetalen aan de verschillende sprekers van hunne reiskosten. Het verdient dan ook zeer zeker aanbeveling dat onze afdeelingen bij het bezoek van de Agenten hun eenige zoo niet* geheele vergoeding voor hunne reis- en verblijfkosten ter hand stellen.

Ook het Boekenfonds kon in den afgeloopen jaarkring niet zoo gunstig werken als in den voorgaanden en moest met een verlies van bijna f 50.— sluiten.

De onkosten, die noodzakelijkerwijs zwaar blijven, waren toch minder dan in het vorige boekjaar, toen wij de verhuizing en inrichting van ons Bondsbureel hadden te betalen.

Betreffende de ontvangsten moet geconstateerd worden, dat de

Sluiten