Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W ij weten en gelooven !

En dreigden hel en dood, U kunnen ze ons niet rooven,

Almachte Bondgenoot! Al gaat het op een strijden,

Uw schild bedekt ons saam, En onder kamp en lijden, Verheerlijkt Gij Uw naam !

Zóó zij 't Verbond bezworen,

Vernieuwd in smart en nood ! En deze leus verkoren :

„Getrouw lot in den dood !" Gebergten moeten wijken,

Een wereld moog' vergaan, t Geloof zal niet bezwijken, Zoolang het Kruis blijft staan !

4. Ouverture Athalia. — F. Mendelssohn

Bartholdy

(door ,,Arti et Religioni").

5. Zang van den heer JOH. B. SOUTE Jr.

Petrus=Klage.

L. F. Brandts Buys.

Verlassen, Verlassen steh' ich da,

im weiten Raume der Natur,

verlassen!

Gleich einem finstern Nachtgesicht und schwarz, wie ein Verrath,

verfolgt mit ihrem Strafgericht,

mich, die an meinem Herrn begangne, Frevelthat,

unvergesslich schwebt die finstre That mir vor.

Ich kenne diesen Menschen nicht !

dies Wort, dies sündenvolle Wort, Ich sprach es aus, als ob ein Fluch mich triebe. Da fasste mich ein schreckliches Gericht : Es leuchtete sein Bliek, voll Gnad' und Liebe; in jene Nacht, die plötzlich mich umgab; so sanft und so vernichtend doch herab.

Sah ich in empörten Wettern,

flammend auf mich niederschmettern ein verdientes Strafgericht:

Ab zu büssen mein Verschulden,

würd ich mein Verhangniss dulden, nur verzagen würd' ich nicht.

Doch in der Gnade Strahlen ein Sünder da zu stehn,

Wer trüge diese Qualen,

und müsste nicht vergehn !

Verlassen, verlassen steh' ich da, im weiten Raume der Natur,

verlassen !

Petrus' klacht.

L. F. Brandts Buys.

Verlaten, verlaten sta ik daar,

in de wijde ruimte der natuur,

verlaten !

Gelijk een somber nachtverschijnsel

en zwart als een verraad,

vervolgt mij, met haar strafgericht,

de aan mijnen Heer begane misdaad, onvergetelijk zweeft mij deze treurige daad voor den gee

Sluiten