Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ken dezen mensch niet!

Dit woord, dit zondenvolle woord,

sprak ik uit, alsof een vloek mij aandreef.

Daar vatte mij een vreeselijk oordeel,

Zijn oogopslag lichtte vol genade en liefde, zoo zachtmoedig en toch zoo verachtend op mij neer, temidden van dien plotselingen nacht welke mij omgaf.

Zie ik; in zich samenpakkende stormen, een verdiend strafgericht,

vlammend op mij nederwerpen, ....

dan zal ik tot boetedoening mijner schuld,

mijn eindbeschikking dulden,

doch ik zal niet versagen.

Doch om temidden van genadestralen daar als een zondaar te staan :

wie draagt deze kwellingen en wie zal niet vergaan !

Verlaten, verlaten sta ik daar,

in de wijde ruimte der natuur,

verlaten !

6. Gemeenschappelijk Gezang. (Verbondslied)

7. Hochzeitsmarsch ... F. Mendelssohn-

Bartholdy.

(door ,,Arti et Religioni ').

8. Optreden der Gymnastiek-Vereeniging „Excelsior". Opmarsch en vrije oefeningen.

GROOTE PAUZE.

Gedurende de Pauze zal gratis aan alle aanwezigen thee worden rondgediend. Gelegenheid tot onderlinge conversatie.

Een ieder bezoeke in de PAUZE de

TENTOONSTELLING

in een der zalen van „Bellevue".

De Tentoonstelling wordt om 9 uur geopend. Toegangsbewijzen zijn a 10 cents bij d en ingang verkrijgbaar. De opbrengst strekt tot gedeeltelijke dekking der gemaakte kosten voor dezen Thee-avond.

9. Symphonie No. 4, le deel.

Adagio Presto . . Jos. Haydn.

(door „Arti et Religioni").

10. Zang van den heer JOH. B. SOUTE Jr. Dies Irae.

Joh. J. H. Verhulst. Hymne op het laatste oordeel,

door Thomas van Celana omstreeks 1230 gemaakt.

O dag van toorn !

Wie zal genade vinden Voor 't oordeel van des Vaders Zoon?

O dag van toorn !

Wanneer bazuinen klank, gedragen op de winden, De levenden en doón Met dav'rend schallen opdaagt voor Zijn troon. Als de aard met bang versagen,

Zal sidd'ren op des Roepers stem. Als bergspelonk en meir, wat ze in hun boezem dragen, Verschijnen zien voor Hem,

Den eeuw'gen Koning van Jeruzalem.

O dag van toorn!

Moog dan ons oor het hooren:

Dat Hij ter rechterhand ons noodt;

Dat ons Zijn stemme zegt: „komt, gij zijt uitverkoren, „Die trouw waart tot den dood.

„Heil U gij lamm'ren, ziet Uw loon is groot!"

Sluiten