Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daken met de bontgekleurde dakpannen en een menigte met klokken versierde pavillons, welke door tuinen van elkander gescheiden zijn.

De geheele aanleg neemt een ruimte van ongeveer drieduizend Hectaren in. Tusschen de gebouwen liggen kleine meren, waarover porceleinen bruggen gelegd zijn, heuvels, waarop torens met platte daken staan, rotsen met tuinhuisjes, die verlakt en verguld zijn en de oogen verblinden.

Op den tweeden dag na het gesprek met den vreemdeling, die, zooals wij den lezer verraden zullen, de kamerdienaar van den Duitschen gezant, den Vrijheer Von Ketteler was, naderde een plechtige optocht de Keizerlijke zomerresidentie.

Het waren de gezanten van Duitschland, Engeland, Rusland, Frankrijk, Oostenrijk, Italiƫ en Japan te paard, gevolgd door hunne bedienden. Hare Majesteit, de Keizerin-weduwe, ontving heden in de groote troonzaal, welke het vertrek des hemels genoemd wordt. Voor dn deur hielden vier-en-twintig jongelingen, met gele zonneschermen in de hand, de wacht.

Op eene verhooging aan den achterwand der zaal ontwaarde men den troon, waarheen een trap van albaster voerde. De troon zelf rustte op twee draken uit massief goud en was rijk met edelgesteenten bezet.

De keizerin-weduwe had er reeds op plaats genomen. Zij droeg een lange japon van gele zijde, waarop in borduurwerk de draak met de vijf klauwen te zien was.

In hare omgeving bevonden zich de prinsen van den bloede, onder hen ook de beroemde ossendooder Prins Tuan, de vader van den troonopvolger, alsmede verscheidene Vice-Koningen der binnenlandsche provinciƫn, aan welke men in fijn porcelein thee toediende.

De Keizerin liet hare blikken zorgvol rondgaan. Zij had den Keizer van den troon gestooten, hem gevangen genomen en zich zelf op zijne plaats gesteld.

Maar zooals alle misdaad reeds op aarde gewroken wordt, zou zij niet veel pleizier op den troon beleven. Prins Tuan en zijne Boxers drongen haar voortdurend, alle vreemdelingen te verdrijven,

Sluiten