Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leugen: in de provinciën is het rustig en de bevolking was nooit zoo vreedzaam gestemd als thans."

„De bevolking, dat geloof ik gaarne.'' antwoordde de Vrijheer Von Ketteler, „zij is rustig en volbrengt haar gewonen dagelijksclien arbeid, maar verscheidene hooggeplaatste personen, die aan hel hoofd van de Boxers staan, trachten het volk op te hitsen, om in troebel water te kunnen visschen."

De Prins wierp den onverschrokken Duitschen gezant een blik vol woede en haat toe en antwoordde: „Word ik hier misschien mede bedoeld?''

„Dat mag Uwe Hoogheid opvatten, zooals zij verkiest," antwoordde Vrijheer Von Ketteler rustig. „Ik heb bericht van een vergadering, waarin een der woordvoerders moet hebben gezegd: „„Zooals ik een os met de knods ter neder vel, zoo zal ik alle vreemdelingen verpletleren, hun bloed zal vloeien, opdat het Hemelsche rijk weder alleen aan de zonen van Han behoort;! Uw devies moet zijn dooden en verbranden!"'' Is Uwe Hoogheid misschien deze ossenslachter bekend?"

Het gelaat van den Prins vertrok zich bij deze woorden in afzichtelijke en wreede trekken. Hij stiet tusschen zijn op elkander geklemde tanden eenige onverstaanbare woorden uit en verliet, tegen alle etiquette in, onmiddellijk de zaal.

De Keizerin-weduwe en het Tsjung-li-Yamen herhaalden hunne geruststellende verzekeringen, men zag het echter aan hunne gezichten, dat zij niet meer meester van den toestand waren. Zij hadden den Prins te veel tijd gelaten en met echt Chineesche sluwheid zoolang twee partijen gediend, tot zij nu tusschen die partijen beklemd raakten, en de ossenslachter intusschen de man van beleekenis geworden was.

Twee dagen na deze ontvangst in het Yuen-ming-yuen — het Keizerlijke zomerpaleis — begon de opstand der Boxers.

De geregelde Chineesche troepen liepen onmiddellijk tot de oproerlingen over, en in de Keizerlijke hoofdstad Peking heerschte een waar schrikbewind. Uit de dagbladen weten wij, dat de heer Von

Sluiten