Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grachten te mogen omringen en hun eigen schout en schepenen te kiezen. Zij stonden dan niet meer onder het hoofd der gouw: het dorp was tot eene stad verheven. De bewoners waren nu betrekkelijk veilig, en daar zij thans, in plaats van voor hun heer, voor zich zeiven konden werken, legden zij zich met alle macht op vermeerdering hunner welvaart toe. De graaf begunstigde dat streven, omdat hij in de opkomende steden een middel tot bedwinging van den weerspannigen adel zag. De steden brachten hem eene vaste som gelds op en leverden hem jaarlijks een bepaald getal soldaten. Bovendien ontving de graaf grootere of kleinere sommen, als hij den steden gevraagde voorrechten of 'privilegiën toestond. Zij wenschten bijv. al spoedig vrijdom van tol, toezicht op wegen en vaarten, het recht eene jaarmarkt te mogen houden, de keuze harer eigen overheidspersonen, enz. Deze overheidspersonen waren schout en schepenen, die de rechtspraak, wetgevende en uitvoerende macht in handen hadden. Toen de steden grooter werden, nam ook de taak dezer ambtenaren in omvang toe, waarom men het beheer der geldmiddelen aan 2 of 4 burgemeesters opdroeg. Langzamerhand nam de macht der burgemeesters toe, en werden zij het hoofd der stad, terwijl aan schout en schepenen in hoofdzaak de rechtspraak bleef.

Om de verkregen rechten te handhaven, sloten lieden, die een zelfde bedrijf uitoefenden, zich nauw aaneen. Zulke vereenigingen heetten gilden. Zij kregen in Vlaanderen grooten invloed op de regeering; in de noordelijke provinciën weinig.

Als er gewichtige maatregelen genomen moesten worden, bij geldzaken vooral, riep het bestuur der stad bij klokkeslag alle burgers ter beraadslaging op. Later riep men alleen de rijken en vroeden (d. i. wijzen) samen en nog later hen,

Sluiten