Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Utrecht (695). Oorspronkelijk had de bisschop geene andere dan kerkelijke macht, maar sedert door schenkingen vele goederen aan den bisschoppelijken stoel gekomen waren, was hierbij de wereldlijke macht gekomen, en omstreeks 1000 was het bisdom Utrecht of het Sticht, wat uitgebreidheid betreft, het voornaamste der kleine rijkjes in het Noorden.

Ook Utrecht leed, sedert het einde der 14e eeuw, door burgertwisten. De Lichtenbergers bestreden hier de Lokhorsten. De laatsten hebben overeenkomst met de Hoekschen , de eersten met de Kabeljauwschen. De Bourgondische vorsten kregen invloed, toen Philips van Bourgondië zijn zoon David tot bisschop wist te doen verkiezen. Bisschop Hendrik van Beieren stond in 1527 de wereldlijke macht over Utrecht aan Karei V af, en in 1528 erkende Overijsel dezen als heer.

Drente en Groningen stonden, althans in naam, onder den bisschop. De stad Groningen was in de middeleeuwen eigenlijk eene onafhankelijke republiek, die vaak de Ommelanden en een deel van Friesland beheerschte. Albrecht van Saksen trachtte Groningen te vermeesteren, en evenals in Friesland riep men hier de hulp van Karei van Gelder in, maar hij kon zich tegen Karei V niet staande houden, en in 1536 erkenden Groningen en Drente Karei V als heer. —

Gelderland was oorspronkelijk een graafschap, tot in 1339 keizer Lodewijk van Beieren Reinoud LI den Zwarten tot hertog verhief. De zoons van Reinoud, Reinoud en Eduard geheeten, kregen twist over de nalatenschap des vaders. Destijds bestond er hevige vijandschap tusschen het adellijk geslacht van Bronkhorst en dat van Hekeren. De Hekerens sloten zich bij Reinoud aan, de Bronkliorsten bij Eduard, en weldra koos geheel Gelderland partij. De Hekerens vertoonden overeenkomst met de Kabeljauwschen.

3*

Sluiten