Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stige en staatkundige vrijheid. Eene der grieven van den adel tegen Philips was de instelling der Consulta, door het volk achterrand genoemd, waarin Granvelle, Barlaimont en Viglius zitting hadden, en die over de vacante posten beschikte. Vroeger geschiedde zulks door den landvoogd of de stadhouders; nu dit veranderde, zocht men niet meelde voorspraak van den adel, die hierdoor een groot deel van zijn invloed op het volk verloor. Ook in den Raad van State daalde de invloed der edelen, omdat de consulta over de belangrijkste zaken besliste. Het verlies van den hoogen rang aan het hof, waarin de adel zich onder Karei V en Philips den Schoonen had mogen verheugen, lokte eveneens het verzet van dezen stand uit. De handel werd belemmerd; bij alle regeeringsdaden had men in de eerste plaats het

Spaansche belang op het oog.

Adel, volk en geestelijkheid werden allen te zamen verbitterd door het invoeren van eene nieuwe kerkelijke indeeling.

De bestaande indeeling leed inderdaad aan groote gebreken. Het bisdom Utrecht alleen bevatte 1100 kerken, een getal, te groot voor een nauwlettend toezicht. Ook stonden de bisdommen onder vreemde aartsbisschoppen. De nieuwe indeeling nu had ten doel, de Nederlanden kerkelijk één te maken, zooals Karei V ze bij het verdrag van Augsburg tot een staatkundig geheel vereenigd had. Zoo zou ook de ketterij beter tegengegaan kunnen worden. In 1559 vaardigde de paus de bul uit, waarbij de Nederlanden in 18 bisdommen verdeeld werden, waarvan 3 tevens aartsbisdommen waren

nl Utrecht, Kamerijk en Mechelen.

Groot was de tegenstand, geboden bij het invoeren deinieuwe regeling. De abten verloren een deel hunner inkomsten ten behoeve der bisschoppen. De lagere geestelijkheid

Sluiten