Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al va zag in , dat Lodewijk geen tijd moest gelaten worden, om van zijne zegepraal gebruik te maken. Nadat hij Egmond en Hoorne te Brussel had laten onthoofden, in de hoop, daardoor den schrik onder de Zuid-Nederlanders te brengen, rukte hij met snelle marscheu naar het Noorden op en versloeg Lodewijks muitzieke legerbenden bij .Temming en (1568).

Thans bood niemand meer tegenstand, en de landvoogd achtte den toestand gunstig, om de grafelijke beden door vaste, algemeene belastingen te vervangen. Dit denkbeeld was niet nieuw. Maximiliaan had reeds aangedrongen tot oprichting eener rijkszeemacht, en Karei V had een rijksleger willen oprichten. Natuurlijk moesten dan in de plaats der beden geregelde belastingen komen. Alva stelde nu drie belastingen voor, namelijk den honderdsten, den tienden en 'den twintigsten penning. De eerste (1 perc.) zou slechts eenmaal geheven worden van iemands bezittingen, de tweede (10 perc.) telkens bij verkoop van roerende goederen, de derde (5 perc.) bij den verkoop van onroerende goederen. Hevig was het verzet, zoo groot zelfs, dat Alva twee jaar uitstel gaf, mits men den honderdsten penning betaalde en elk jaar twee millioen gulden. Dit geschiedde.

In 1571 waren de twee jaren om, en nu wilde de landvoogd zijn belastingplan doorzetten. De tegenstand was even „root als te voren, maar Alva besloot nu niet te wijken en de weerspanningen te straffen. Doch toen hij daartoe wilde overgaan, kreeg hij de tijding, dat Den Briel door de

Watergeuzen was ingenomen.

De Watergeuzen waren lieden, gloeiende van haat tegen den Spanjaard. Het waren kapers, die Spaansche en ook andere schepen aanvielen en den buit in vreemde havens

Sluiten