Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en alleen de kracht van den godsdienst kon voor vertwijfeling behoeden. Een toen geslagen penning geeft eene voorstelling van den geest, die het volk bezielde. Hij stelt eene weerlooze maagd Voor, door niets dan een lagen tuin beschermd. Boven haar straalt de Zonne der Gerechtigheid, waarop zij met de oogen wijst. Het randschrift: „Onze hulpe is in den Name des Heeren" toont ons het onverzettelijk vertrouwen, dat de strijdende Calvinisten in de rechtvaardigheid hunner zaak stelden.

Eene onvoorziene gebeurtenis schiep een geheel anderen toestand. Requesens stierf namelijk (1576), en nu braken moeilijke tijden voor de Spanjaarden aan. Philips verkeerde in voortdurend geldgebrek, en zijne soldaten hadden in langen tijd geene soldij ontvangen. Het wachten moede, besloten zij zich zeiven te betalen. Zoo groot was hunne woede en zucht naar plundering, dat zelfs de meest geliefde aanvoerders den invloed op het krijgsvolk verloren hadden. De troepen op Schoutven stonden het eerst op en verlieten het vaandel van Mondragön. Alles stroomde naar het rijke Antwerpen; de citadel dier stad werd het verzamelpunt. De muitende troepen kozen zich zelf een overste en bestormden de stad. Zij werd genomen en overgegeven aan plunderingen moord (Spaansche furie, 1576). Ook andere plaatsen leden geducht, en zoo keerde het Katholieke Zuiden zich van Philips af. Hiervan maakte Willem van Oranje gebruik, door de Zuidelijke Nederlanden met het Noorden in den strijd tegen Spanje te vereenigen. Te Gent werd door de afgevaardigden veler gewesten besloten, het verschil in godsdienst voorloopig over het hoofd te zien en met vereenigde krachten de Spaansche troepen te verdrijven. Deze overeenkomst heet de Pacificatie of Bevrediging van Gent (1576).

Sluiten