Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

do edelen uit het Zuiden, ook een deel van het volk daar wendde zich van Willem af. Dit kwam ten deele door de onverdraagzaamheid van den volksleider Hembyze en den prediker Dathenus, die in Gent de Hervormden tegen de Roomsehen opzetten. Willem trachtte Noord en Zuid nog bij elkaar te houden door den Godsdienstvrede (1578), welke inhield, dat in alle plaatsen aan de Roomschen of Gereformeerden godsdienstoefening zou worden vergund, als minstens 100 huisgezinnen zulks vraagden. Maar het baatte niet: het verschil in godsdienst tusschen de beide deelen was te groot, en behendig wist de nieuwe landvoogd (don Juan was in 1578 gestorven), Alexander Famese, hertog van Parma, hiervan gebruik te maken. Hij sloot met Henegouwen en Artois de Unie van, Airecht (1579), waarbij deze gewesten opnieuw gehoorzaamheid aan den koning beloofden (1579). Weldra sloten andere gewesten der Zuidelijke Nederlanden zich daarbij aan, en was de scheiding tusschen het Katholieke, Waalsche land, waarin adel en geestelijkheid den boventoon voerden en het Protestantsche, Germaansche Noorden, dat een meer burgerlijk karakter bezat, eene daadzaak.

Zoo waren dan de Noordelijke gewesten geheel aan zich zelf overgelaten. Het was noodig, dat zij zich nauw aan elkaar verbonden, om niet in den ongelijken kamp onder te gaan. Dit geschiedde ook, en hunne vereeniging heet de Unie van Utrecht (1579). Zij was door Willems broeder, Jan van Nassau of Jan den Ouden, ontworpen en alleen met het oog op den oorlogstoestand. Zeer nauw was de band niet, die de gewesten verbond. Elk gewest behield zijne eigene voorrechten, regelde zijne eigene aangelegenheden. Er was verder bepaald, dat men geen vrede sluiten of een oorlog

Sluiten