Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staten-Generaal, waarin elke provincie ééne stem had. Tot hen konden de buitenlandsche mogendheden zich wenden; zij sloten vrede of verklaarden oorlog voor de geheele Unie en hadden het oppertoezicht over het krijgswezen en de geldmiddelen van de Unie.

In belangrijke aangelegenheden kon niets besloten worden, of alle gewesten moesten van dezelfde meening zijn. Dit was eingenlijk ondoenlijk, vandaar dat velen in den lande de meeste stemmen wilden laten gelden. Holland, dat zijn eigen weg wenschte te gaan en door de andere provinciën niet overstemd wilde worden, heeft zich hier altijd met kracht tegen verzet, terwijl de stadhouder van dat gewest er vooi was. Een paar malen heeft deze verschillende opvatting de rust in het land verstoord.

Een ander belangrijk college was de Raad van State. Deze raad had het beheer der geldmiddelen en krijgszaken. Hij bestond uit 12 leden, en bovendien hadden de stadhouders (de Hollandsche en de Friesche) zitting. De provincie, die het meest bijdroeg in de algemeene lasten, had het grootste aantal leden (Holland 3). In die algemeene lasten was het aandeel van elk gewest zóó vastgesteld, dat van eene som van 100 gulden Holland ongeveer 58 gulden opbracht. Na Holland bracht Frieschland het meeste bij, nl. 1H/2 gld- van de 100; Drente slechts 1 gulden.

Het bestuur van het zeewezen was in handen van 5 Admiraliteitscolleges , wier voorzitter de stadhouder van Holland was.

VIERDE TIJDTAFEL.

1559. Philips vertrekt naar Spanje. Margaretha wordt landvoogdes. Philips besluit tot het oprichten van 18 bisdommen.

Sluiten