Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regeering, de regenten waren oneenig, de financiën uitgeput, het krijgsvolk muitte. Tien jaar later was alles veranderd. De noordelijke gewesten waren voor goed bevrijd, de schatkist was gevuld, het leger volgzaam en goed aangevoerd. Dien ommekeer hebben wij te danken aan Maurits, Oldenbarnevelt en Willem Lodewijk.

Maurits (1585-1625) heeft in deze tien jaren zijn naam als veldheer gevestigd. Als staatsman was hij niet bij zijn vader te vergelijken; zijn rond en open karakter maakte hem daarvoor minder geschikt. De menschenkennis, het talent om vergaderingen als die der Staten te leiden, ontbrak hem. Hij vond ook geen behagen in het regeeren en liet dat gaarne aan Oldenbarnevelt over, om zich geheel op den oorlog te kunnen toeleggen. Als veldheer overtrof hij zijn vader. Zoo groot was zijn roem, dat de Duitschers hem het opperbevel in den oorlog tegen de Turken wenschten op te dragen. Trouw werd Maurits bijgestaan door zijn neef Willem Lodewijk, stadhouder van Friesland, Gronigen en Drente.' Zeer gehecht aan de Gereformeerde leer, verdreef deze grootendeels het Katholicisme uit de Noordelijke provinciën. Zonder hem zou Maurits niet zulk een bekwaam veldheer geworden zijn. Ook in andere opzichten had, gelijk lat.er blijken zal, Willem Lodewijk invloed op Maurits.

Wat beide mannen met het zwaard gedaan hebben, heeft Oldenbarnevelt door zijne staatsmanskunst verricht. Na Leicesters vertrek was hij de ziel der regeering van Holland en van de Republiek. Hij was een goed patriot, maar meende, dat in de eerste plaats voor het welzijn van Holland en van Hollands regenten gezorgd moest worden.

In het eerste jaar van de vestiging der Republiek bedreigde haar een groot gevaar. Reeds sedert 1^80, toen Philips' zee-

Sluiten