Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem Lodewijk, die de krijgskunst der Grieken en Romeinen bestudeerd had, gaf den stoot tot verbetering. Hij liet den Friezen allerlei oefeningen verrichten, leerde hun de piek en het geweer anders hanteeren. Het schanswerk, vroeger door de boeren verricht, werd den soldaten opgedragen, wat heilzaam op de tucht werkte. Weldra zag men hetzelfde in Den Haag geschieden, en zoo ontstond eene krijgsmacht, waarmede iets te beginnen viel.

Willem Lodewijk ried, in afwijking met hetgeen men tot dusverre gedaan had, aanvallenderwijs te werk te gaan. In 1590 nam Maurits Breda in. In 1591 volgden Zutfen, Deventer, Delfzijl, Hulst, Nijmegen; in 1592 Steenwijk en Coevorden; in 1593 Geertruidenberg; in 1594 Groningen. Bij het verdrag van overgave dezer stad werd bepaald, dat geene andere godsdienst dan de Hervormde binnen hare muren zou geoefend worden, dat de stad met de Ommelanden één gewest zou uitmaken, lid der l me zijn en Willem Lodewijk als stadhouder moest erkennen. Mauiits veroveringen in de jaren 1591 en 1592 had Parma, tot zijn grievend leed, lijdelijk moeten aanzien, daar zijne troepen, op Philips' bevel, in Frankrijk tot bestrijding der Protestanten werden gebezigd. Bovendien ging hij gebukt onder het bewustzijn, 's konings vertrouwen te hebben verloren. Hij overleed in 1592. Zijne naaste opvolgers waren Mansfeld, Ernst van Oostenrijk, Fuentes en Albertus van Oostenrijk, welke laatste in 1596 werd aangesteld. Het jaar daarop sloeg Maurits in een half uur tijds met 1000 man 6000 Spanjaarden, welk wapenfeit zijn roem nog verhoogde. Ook de graafschap Zutfen, Twente, Drente en de Ommelanden zuiverde hij van vijanden, zoodat toen het gandsche land ten noorden van den Rijn vrijgevochten was.

Sluiten