Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaromtrent eene andere zienswijze dan de hoogteeraar Gomarus en diens aanhanger, de (hmiaristen. Ook verschilden beide partijen ten opzichte van de macht, die de staat in de kerk diende te hebben. De Arminianen erkenden, dat de staat zich met de zaken der kerk mocht bemoeien, en zij wendden zich tot de Staten van Holland om bescherming. Het stuk, waarin zij deze vraagden, heet remonstrantie (vertoog), en zij kregen daarnaar den naam van Remonstranten. De Gomaristen hadden eene tegengestelde meening; zij schreven een tegen vertoog en werden nu ook ContraRemonstranten genoemd. De Staten van Holland wilden gaarne gezag over de kerk hebben; het is dus natuurlijk, dat de Remonstranten den Staten van Holland het meest welgevallig waren. Het meerendeel der Remonstranten was ook" voor de onafhankelijkheid der provinciën in staatkundige aangelegenheden. Wij hebben gezien, dat vooral Holland die onafhankelijkheid voorstond, en zoo kreeg Remonstrantsch de beteekenis van Ilollandschgezind.

De tegenpartij sloot zich aan bij diegenen, welke voor de oppermacht der Staten-Generaal, bijgestaan door Maunts, ijverden. Zoo kreeg Contra-Remonstrantsch de beteekenis van <■ tnrlh m'.dersaezind. De hoofden derHollandsch- gezinden waren Oldmbarnevdt en Huyo_ de Groot, pensionaris van Rotterdam, die der stadhouders-gezinden Maunts en 11 Mem Lodewijk.

Holland was dus de hoofdzetel der Remonstranten, en eveneens waren zij in Utrecht sterk. Wij dienen hierbij in het oog te houden, dat het in het bijzonder de vroedschappen deisteden waren , die de Remonstrantsche leer aanhingen, terwij de burgerij meest Contra-Remonstrantsch was. Het stond den burgers dus slecht aan, dat de regenten Remonstrantsche

Sluiten