Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan. Nu volgde schip op schip, maar niet altijd waren het voordeelige reizen. Men had vaak te lijden van de inboorlingen en de Portugeezen. Bovendien deed men elkander afbreuk door opjaging der prijzen. Zouden de tochten groote voordeelen opleveren, dan moest hieraan een einde komen.

Door toedoen van Oldenbarnevelt sloten de handelaars zich aaneen en vormden de Oostindische Compagnie, die in 1602 vaii de Staten-Generaal het recht van alleenhandel verwierf op de landen ten o. van de kaap de Goede Hoop en ten w. van straat Magelhaens. De Compagnie werd bestuurd door 73 bewindhebbers, die gekozen werden uit de grootste aandeelhouders. De hoofdleiding en het dagelijksch bestuur waren in handen van de vergadering van zeventienen, uit de bewindhebbers gekozen. Zij benoemden den gouvernenrg ener aal, die het hoofd van het bewind in Indië, bevelhebber van leger en vloot was, en ook den Raad van Indic welk lichaam den gouverneur-generaal ter zijde stond.

Weldra kreeg zij door de kloekmoedigheid der onzen tal van eilanden en landstreken in bezit. Die dapperheid toch maakte diepen indruk op den inlander. Toen eenige Hollanders zich in Bantam gevestigd hadden, sloeg eene Portugeesche vloot van 30 zeilen het beleg voor de stad. Wolfert Hermansz., ■ die met 6 scheepjes door straat Soenda kwam, hoorde er van en besloot dadelijk, den vijand aan te vallen. Hij bevocht hem gedurende 7 dagen en noodzaakte tot opbreken van het beleg. In 1660 lagen 6 groote Portugeesclie schepen op de reede van Makassar. Eene veel talrijker Hollandsche vloot kwam opdagen. Zij maakte van hare overmacht geen gebruik, maar zond 2 schepen af, die het admiraalschip in de lucht deden vliegen, twee galjoenen in brand staken, twee tot stranden dwongen en het zesde meenamen.

Sluiten