Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze staat had een Calvinistisch karakter, wat gereedelijk te verklaren is. De Calvinisten hadden toch den onafhankelijkheidskrijg volgehouden, en toen zij zegevierend uit den strijd te voorschijn kwamen, moesten de Nederlanden een C alvinistische staat bij uitnemendheid worden. De Calvinistische kerk was de staatskerk. Alles, wat op haar dienst betrekking had, werd door den staat bekostigd; alleen zij, die de leer dezer kerk beleden, mochten ambten bekleeden. Op gelijken voet als de aanhangers der staatskerk weiden de leden der Waalsche kerk behandeld. De overige secten (bijv. Lutherschen en Doopsgezinden), alsook de Joden en Roomschen, werden geduld. Zij mochten geene openbare godsdienstoefening houden; hunne kerken moesten het voorkomen van gewone huizen hebben. Hoe ze dus ook bij de belijders der Hervormde kerk werden ten achter gesteld, erkend moet worden, dat de Republiek nooit gewetensdwang

heeft uitgeoefend.

Handel, visscherij en scheepvaart waren benevens landbouw, veeteelt en nijverheid, de hoofdbronnen van bestaan. Er is reeds op gewezen, dat de Hollanders de vrachtvaarders van Europa waren. Zij hadden evenveel schepen als 11 Europeesche staten samen. Wij dreven handel op de Levant; groote vloten bevoeren de Oostzee; Polen en Rusland waren onze korenschuren; Scandinavië leverde ons zijn hout; de Rijnhandel was geheel in onze handen, en de waarde ervan werd op 100 millioen jaarlijks begroot. Zeer juist vergeleek een schrijver de Hollanders bij de bijen: gelijk deze den honing uit allerlei bloemen puurden, zoo trokken zij hunne

welvaart uit allerlei landen.

En welke waren niet de voordeelen, die de Indiën opleverden! De uitbreiding van ons gezag in de Oost nam steeds

Sluiten