Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 19. -WILLEM It. GROOTE VERGADERING.

Bijna algemeen was de vreugde over het sluiten van den vrede. De jonge prins Willem II, die zijn vader als stadhouder van 6 gewesten was opgevolgd (in Friesland bekleedde Willem Fredërik die waardigheid), maakte hierop eene uitzondering. Ondernemend van aard, wenschte hij om verschillende redenen voortzetting van den oorlog. Misschien kon hij zijn schoonvader Karei I op den Engelschen troon herstellen; zeker kon hij door oorlog zijn aanzien verhoogen en daardoor Holland, dat zich gaarne aan het oppergezag der Staten-Generaal wilde onttrekken en de macht des stadhouders verminderen, binnen de perken houden. Maar juist daarom (en ook om handelsbelang) had Holland gedurende de laatste jaren op vrede aangedrongen; in vredestijd konden de vroedschappen hare macht onverhinderd doen gelden en vergrooten.

De korte jaren van zijn stadhouderschap zijn bekend geworden door burgertwisten. Het was dezelfde strijd als in 1618. Weer was het de vraag: „Zal in de vergadering der Staten-Generaal de meerderheid beslissen, zoodat alle provinciën zich aan het genomen besluit moeten onderwerpen, of is de provincie daardoor niet gebonden, en kan zij handelen, zooals zij verkiest?"

De aanleiding tot den strijd was niet dezelfde als in 1618.

Toen waren het de godsdiensttwisten, die het land aan den rand van een burgerkrijg brachten; thans was het de

afdanking van krijgsvolk.

Daar de vrede gesloten was, kon men overgaan tot vermindering der krijgsmacht. In 1648 sloeg de Raad van State eene nfdnnkingjoor. Holland wilde eene grootere en kreeg

Sluiten