Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond Willem Frederik, de Friesche stadhouder. Deze slaagde niet, want Amsterdam was gewaarschuwd door den Hamburger postbode en nam maatregelen ter verdediging. Toch gaf de stad, voor een geregeld beleg vreezende, dat den handel zou belemmeren, spoedig toe. Nu schikte geheel Holland zich in zake het krijgsvolk naar de meening van den stadhouder en de Staten-Generaal, en de zes heerea werden ontslagen. Evenwel bleef bij beide partijen wrok over het gebeurde bestaan.

In 1650 overleed Willem II, en op zijn zoontje, den lateren Willem III, ging de haat over, dien de staatsgezinde partij, nu ook wel de Loevesteinsche fractie geheeten, tegen den vader koesterde. Holland stélde geen stadhouder aan ' (eerste stadhouderloos tijdperk, 1650 1(17-2) en trachtte te herwinnen, wat liet verloren had. Het noodigde de andere provinciën uit, om in grooten getale afgevaardigden naar Den Haag te zenden, ten einde over den toestand des lands te beraadslagen. Deze bijeenkomst heet d^Groote vergadering (1651). Men besprak drie punten, nl. de Unie, de religie en de militie, alles te zamen neerkomende op de vraag, of de Staten-Generaal de gewesten zouden regeeren, dan wel, of elk gewest dit voor zich zelve zou doen. Holland wist te bewerken, dat de vraag in laatstgemelden zin beslist werd. De partij, die in 1619 en 1650 verloren had, zegevierde nu. Niet de Staten-Generaal hadden voortaan den meesten invloed in de republiek, maar de Staten van Holland.

s 20. jan de witt. eerste enuelsciie oorlog.

In 1653 werd aan Jan de Witt, zoon van Jacob de Witt, die op Loevestein gevangen had gezeten, de waardigheid van raadpensionaris van Holland opgedragen. Hij was een

Sluiten