Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen. De Oostindische Compagnie leed verbazende verliezen. Engelsche kapers verontrustten zelfs onze zeedorpen. In 1780 voeren er 2000 schepen onder Hollandsche vlag door de Sont, in 1781 een tiental.

De stadhouder kreeg de schuld van alle tegenspoeden, en met hem de hertog van Brunswijk. De haat tegen dezen steeg zoodanig, dat hij in 1784, toen de Acte van Consulentschap algemeen bekend werd, het land moest verlaten.

Te midden der rampen was de zeeslag bij Doggersbank (1781) een kleine troost. Eenige oorlogsschepen, onder bevel van Zoutman, begeleidden koopvaardijschepen naar de Oostzee en ontmoetten Hyde Parker, die eveneens eene koopvaardijvloot beschermde. Van beide zijden zonderden zich 7 schepen voor het gevecht af, dat na een strijd van 4 uren met den aftocht der Engelschen eindigde. De naam der helden van Doggersbank zweefde op aller tongen, maar het roemrijk gevecht veranderde niets aan de stand der zaken. In 1784 sloten wij den vrede van Parijs, waarbij wij Negapatnam, in Voor-Indië, afstonden.

Tijdens den oorlog met Engeland kwam keizer Jozef de Oosten rij ksche Nederlanden bezoeken en eischte de ontruiming der barrière-steden. Wij willigden zijn verzoek in. Twee jaar later verlangde hij de opening der Schelde. Hiertegen verzetten wij ons, en toen een schip onder Oostenrijksche vlag de rivier afvoer, werd het vermeesterd. Dit voorval gaf aanleiding tot allerlei moeilijkheden, die nochtans met Frankrijks hulp spoedig bijgelegd werden. Bij den vrede van Fontainebleau kreeg Jozef van ons eene som van 5 millioen gulden, waarvoor hij van zijne eischen afzag.

Sluiten