Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 28. BURGEKTWISTEN.

Wij hebben gezien, dat men degenen, welke ontevreden waren over Maurits' gedrag ten opzichte van Oldenbarnevelt en diens aanhangers, de Staatsgezinde partij noemde. Zij wenschte het stadhouderschap afgeschaft te zien, omdat dan het overwicht van Holland in de Republiek beter gehandhaafd kon worden, en de regenten der steden dan vrijer in hunne handelingen waren. Den strijd tegen Willem II had zij wel verloren, maar hare krachten waren daardoor niet verminderd. Integendeel, na zijn dood was zij, onder aanvoering van Jan de Witt, in Holland een 20-tal jaren aan het bewind. De groote voorspoed der Franschen in 1672 bracht eene omkeering teweeg. Willem III veranderde de regeering der steden en handhaafde het overwicht der StatenGeneneraal op de Staten van Holland. Bij zijn dood her- .nen laatstgenoemden hunne macht, en gedurende het tweede stadhouderloos tijdperk wisten zij die goed te bevestigen. Diezelfde partij bestond nog in de dagen van Willem \ en had, in weerwil dat er een stadhouder was, grooter invloed

dan ooit te voren.

Er was evenwel nog eene tweede partij, den stadhouder

ook vijandig gezind, opgekomen. Het was de partij, die er zich niet langer bij wilde neerleggen, dat de vroedschappen alles in de steden hadden te zeggen; zij wenschten, dat ook het volk aandeel zou hebben aan de regeering. Dat is de volksgezinde of democratische partij. Toen Willem IV in 1747 tot stadhouder was uitgeroepen, verwachtte men, dat hij het voorbeeld van Willem III zou volgen , nl. de staatsgezinde leden der vroedschappen vervangen door stadhou-

Sluiten