Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veranderden afkeer van het stadhouderlijk bestuur, het federalisme, de aristocratie en de regeeringloosheid."

De 2 Kamers noemde men het Vertegenwoor 'igend Lichaam. Het Uitvoerend Bewind bestond uit 5 lede. , directeuren, bijgestaan door 8 agenten. De departementale en plaatselijke besturen waren geheel aan het algemeen landsbestuur ondergeschikt. De schulden , die op elk gewest rustten , werden op rekening van het geheele land geschreven, en de inkomsten kwamen in ééne algemeene kas. Niet langer behoefde men, als vroeger, lid te zijn der Hervormde kerk, om eenig ambt te bekleeden. Bij het begeven van ambten werd met het geloof niet meer rekening gehouden.

Deze constitutie heeft niet lang bestaan, slechts 3 jaar. Doordat men de besturen der departementen geene macht gegund had, was het hoofdbewind in Den Haag met drukte overladen, zoodat veel onafgedaan bleef. En verder stond het Napoleon, die in Frankrijk de hoofdpersoon was, niet aan, dat de volksinvloed hier groot was. Dat diende, volgens hem, veranderd te worden, en de staatsregeling van 1801 kende dus ook aan de Kamer, Wetgevend Lichaam geheeten, weinig macht, aan het Uitvoerend bewind, Staatsbewind geheeten, groote macht toe. De derpartementale besturen kregen meer te zeggen. Niemand werd om zijne staatkundige meeningen van het bekleeden van ambten uitgesloten, zoodat ook de prinsgezinden naar ambten mochten dingen.

De vriendschap met Frankrijk had, gelijk gezegd is, ons de vijandschap van Engeland bezorgd. De oorlog bracht ons zware nadeelen, ook door eigen schuld. In 1795 was de stadhoudersgezinde marine ontbonden en door nienw, ongeoefend volk vervangen. Toen de vloot in 1797 in zee stak onder den admiraal De Winter, die voor de eerste maal het van rijsens , Beknopte Gesch. des Vad., 8e druk. 9

Sluiten