Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engeland zond de grootste vloot uit, die ooit zijne havens verlaten had, om Napoleon in de Zuidelijke Nederlanden te bestoken. Vierhonderd oorlogsschepen, tal van transportschepen, 100000 man inhoudende, zetten koers naar Walcheren, om van daar uit Antwerpen (volgens Napoleon een pistool op de borst van Engeland en een koninkrijk waard) aan te tasten. Vlissingen had een hevig bombardement te verduren; weldra was geheel Zeeland in de macht der Engelschen (1809). Doch de onderneming werd niet met den noodigen spoed uitgevoerd; men liet te veel tijd verloopen, om Antwerpen met goed gevolg aan te tasten. De bevelhebbers verklaarden eene belegering voor onmogelijk, en de Engelschen trokken af, na groote verliezen te hebben geleden.

De handel, die weinig meer te beteekenen had, werd geheel en al vernietigd door het continentaalstelsel, dat, door Napoleon uitgevaardigd, den handel van Engeland met het vasteland verbood. Lodewijk hield hieraan niet streng genoeg de hand; hij belette niet, gelijk de keizer wilde, zooveel mogelijk den sluikhandel. Reeds sprak Napoleon van inlijving, maar hij liet zich daarvan voorloopig weerhouden tegen afstand van Zeeland, Brabant, een klein deel van Holland en een gedeelte van Gelderland, zoodat de Waal onze grens in het z.o. werd (in 1807 was Vlissingen reeds afgestaan, tegen welk verlies de vergrooting met Oost-Friesland rijkelijk opwoog). Eenige duizenden soldaten, waarondei ook Fransche, moesten langs de kust gelegerd worden, om, bijgestaan door Fransche douanen, allen handel met Engeland te beletten (1810).

Er ontbrak thans nog slechts eene aanleiding om Lodewijk geheel ter zijde te schuiven. Deze werd gevonden in eene

Sluiten