Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beleediging, den koetsier van den Franschen gezant aangedaan. De keizer eischte nu Fransch garnizoen in Amsterdam; de koning opperde het denkbeeld, zich tot het uiterste te verweren , maar zag daar weldra van af en deed toen afstand van de regeering ten behoeve van zijn zoon. In 1846 is Lodewijk te Livorno overleden.

§ 32. ONS LAND BIJ FRANKRIJK INGELIJFD.

Na Lodewijks vertrek hield het koninkrijk Holland op te bestaan: het werd bij Frankrijk ingelijfd, Lebrun, hertog van Plaisance, een goedhartig man, werd algemeen bestuurder der departementen. Zij waren 9 in getal en droegen Fransche namen. Elk departement, bestuurd door een prefect, was verdeeld in arrondissementen, aan welks hoofd een sousprefect stond. Aan dezen waren de maires (burgemeesters) ondergeschikt. Intendant van binnenlandsche zaken was D'Alphonse, het eigenlijke hoofd van het bestuur, en evenals Lebrun, zeer gematigd en welwillend.

Nu wij deel uitmaakten van het groote keizerrijk, golden voor ons natuurlijk alleen Fransche wetten. De openbare acten en de couranten werden uitgegeven met eene Fransche vertaling er naast; op de scholen werd de Fransche taal onderwezen.

Zeer ging ons land onder de inlijving gebukt. Napoleon voerde de tierceering in (1810), d. w. z. slechts een derde van de renten der staatsschuld zou voortaan betaald worden, waardoor de uitgaven met 24 millioen werden verminderd. In 1811 volgde het besluit omtrent de conscriptie. Ieder jongeling van 20 jaar moest zich laten inschrijven, en nadat

Sluiten