Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het tweede, door koning Leopold zelf aangevoerd, verslagen (1831). De onderwerping der Belgen was zeker geweest, indien de Franschen hun niet met een leger te hulp waren gekomen. De prins had uitdrukkelijken last, niet tegen dezen te vechten en trok af.

Onze overwinningen tijdens den Tiendaagschen veldtocht behaald, hadden toch dit uitgewerkt, dat de groote mogendheden gunstiger voorstellen deden. Bij de vierentwintig artikelen werd bepaald, dat België een deel van Luxemburg kreeg, waarvoor het een deel van Limburg moest afstaan, en dat het jaarlijks ruim 8 millioen in de rente der staatsschuld zou bijdragen. De Belgen namen ze aan, thans weigerde Willem. De mogendheden besloten, hem tot de aanneming te dwingen. De Franschen en Engelschen legden beslag op onze koopvaardijschepen, en 40000 Franschen trokken op, om ons de citadel van Antwerpen te ontrukken. Gedurende 19 dagen werd zij door Chassé verdedigd, en niet vóór zij een puinhoop geworden was, overgegeven (1832).

Dit alles deed den koning niet buigen, en eerst in 1838 gaf hij toe. In 1839 kwam de eindregeling tot stand, waarbij bepaald werd, dat België een deel van Luxemburg zou krijgen en daarvoor een deel van Limburg afstaan. Verder zou België jaarlijks 5 millioen in de rente der staatsschuld bijdragen. Deze verplichting is in 1873 afgekocht, door eene som van 9 millioen gulden in eens te betalen.

Spoedig bleek, welke ontzettende uitgaven de vasthoudendheid des konings gekost had. Men wenschte zijne macht te beperken, opdat iets dergelijks in het vervolg niet weer kon plaats grijpen. Daarom verlangde men eene duidelijke openlegging van den toestand der financiën en verantwoordelijkheid der ministers. De koning wilde hiervan niets weten.

10*

Sluiten