Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziening der grondwet in. Dit werd niet gunstig ontvangen. Toen nu kort daarop in Parijs de Februari-revolutie uitbrak, welke den Franschen koning van den troon verjoeg, en ook in andere landen geweldige oproeren ontstonden, gaf de koning te kennen, gaarne tot eene groote verandering te willen meewerken.

In 1848 was de nieuwe grondwet gereed. Haar inhoud komt in hoofdzaak hierop neer: De Koning (Koningin) heeft de uitvoerende macht en deelt de wetgevende macht met de Staten-Generaal. Hij heeft het opperbevel over de land- en zeemacht en het opperbestuur over de koloniën. Hij benoemt de ministers, die voor de daden der regeering verantwoording schuldig zijn aan de volksvertegenwoordiging, terwijl de koning onschendbaar is. Alle koninklijke besluiten en beschikkingen worden dan ook door een der ministers mede onderteekend. De wij?e, waarop de verkiezing der StatenGeneraal plaats heeft, zal beneden besproken worden.

Jaarlijks worden de begrootingen van alle uitgaven des Rijks en de middelen tot dekking daarvan (Wet op de Middelen) den Kamers aangeboden, die ze kunnen verwerpen. De koning heeft het recht de Kamers te ontbinden.

Eene wet komt op de volgende wijze tot stand. De Tweede Kamer kan zelf eene wet voorstellen krachtens haar recht van initiatief. In den regel wordt evenwel het wetsvoorstel door een of meer ministers, namens den koning, gedaan en naar den Raad van State gezonden, die daarover aan den betrokken minister advies geeft en het hem terugzendt. Het ontwerp wordt thans, gewijzigd of niet, met eene Memorie van Toelichting, naar de Tweede Kamer opgezonden. Zij verdeelt zich bij loting in 5 secties of afdeelingen, en elke sectie legt de uitkomst van haar onderzoek in een rapport

Sluiten