Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overstelpt van droefheid over dezen staat van zaken, dat mijn hart dreigt te breken. Wat andere christenen gevoelen , weet ik niet, maar ik kan naar waarheid getuigen, dat „stroomen tranen dikwijls aan mijne oogen ontrollen, omdat de menschen Gods wet niet betrachten" en omdat het mij toeschijnt, dat de tegenwoordige bedeeling, vergeleken bij wat God wilde dat zij wezen zou, even volkomen heeft gefaald als de vorige.

Waaraan is dit toe te schrijven? Ik kan geen oogenblik aannemen, dat het overeenkomstig Gods besluit zou zijn. Het is zeer gemakkelijk, om zich achter de raadsbesluiten Gods te verschuilen en te zeggen: „Alles daargelaten, volvoert Hij toch Zijn' wil." Het ware te wenschen! Maar neen, God zelf verklaart, dat Zijn wil niet gedaan wordt en Hij houdt niet op te betuigen, dat hij niet gedaan wordt; Hij begeert clat Zijn wil gehoorzaamd worde, maar het geschiedt niet!

Men vraagt ook: „Waartoe dienen al onze theoriën als de feiten ze tegenspreken?" Dit heeft men maar al te vaak gezegd, en de gevolgen zijn hier zeer treurig van geweest.

De zaak is, dat, sedert het evangelie in de wereld is gezonden, onder zulke voorteekenen, vergezeld van zulke heerlijke beloften en met zulke schitterende vooruitzichten, er bijna 19 eeuwen verloopen zijn, waarin nog maar eene zeer kleine verandering in de gewoonten en neigingen der menschen is te weeg gebracht.

„Maar," zegt gij, „er is toch veel goeds tot stand gebracht." Zeker, daar danken wij God voor; het zou er ook treurig uitzien, als er in het geheel niets ge-

Sluiten