Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rukte den blinddoek af, waarmede de satan hunne oogen bedekt had, hij sloeg met verdubbelde slagen, hij deed zijne woorden, brandende van het vuur des Heiligen Geestes, ingang vinden in hunne arme, verharde en verduisterde harten, opdat zij zouden begrijpen dat zij werkelijk in gevaar waren. „Gaat tot de heidenen!"

Zoo was, indien ik mij niet bedrieg, de geest deiapostelen en der eerste christenen. Wij lezen van hen, dat zij, na door de vervolging verstrooid te zijn, „overal rondgingen om te prediken." Allen, de leeken, de pasbekeerden, de jonge kinderen in Christus waren hiermede bezig. Dit was niet altijd juist in groote vergaderingen, en het waren geen goed uitgewerkte preeken, maar zij spraken eenvoudig met iederen man en met iedere vrouw, die zij ontmoetten en trachtten hen over te halen, om zich aan Christus te geven.

Sommigen schijnen te meenen, dat de apostelen al de kerken gesticht hebben. Dit is eene dwaling. De kerken ontstonden waar de apostelen nooit den voet gezet hadden. Zij waren het uitvloeisel van het eenvoudig getuigenis van deze mannen en vrouwen, die overal rondgingen om te prediken, en de apostelen gingen ze later bezoeken en ordenen. O! mocht het den Heer behagen zulk een geest ook heden over ons uit te storten! Het is goed kerken te bouwen. Het is goed de menschen uit te noodigen daar binnen te gaan. Maar denkt gij, dat dit voldoende is, en dat wij het maar geduldig moeten aanzien, dat driekwart gedeelte van de bevolking onze uitnoodiging zelfs niet eens kent en zich volstrekt niet bekommert om onze kerken of om den

Sluiten