Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE SPORT.

IK BEN EEN KIND VAN GOD.

Ik ben een kind van God. Ik mag met vertrouwen God mijn Vader noemen. Ik weet, dat Jezus Christus mijn Zaligmaker is en dat Hij mijne zonden heeft vergeven. Ik ben bekeerd, — dat wil zeggen, mijn hart en leven zijn veranderd door den geest van God. De vrees voor dood en oordeel en hel is weggenomen. Ik heb God lief en wenscli Hem te behagen. Ik haat de zonde en ik begeer niet meer kwaad te doen. Ik bid en lees mijn Bijbel en bemin het volk van Christus. Ik doe ook eenig werk en geef eenig geld om het Koninkrijk der Hemelen uit te breiden op de aarde en ik zou van harte wenschen, dat ik meer kon doen. Ik hoop, dat mijn Heiland met mij zal zijn, wanneer ik sterf, dat Hij mij zal vrijspreken in den oordeelsdag en dat Hij mij in den Hemel zal ontvangen om met Hem voor eeuwig daar te wonen.

TWEEDE SPORT.

HET SMART MIJ TE WETEN, DAT ER NOG STEEDS ZONDE IS IN MIJN HART EN LEVEN.

Maar ofschoon ik deze verzekering heb, dat ik een kind van God ben, weet ik ook tot mijn groote verdriet, dat er nog verkeerde dingen in mijn hart en leven zijn, die daar niet behoorden te zijn en, die ik gaarne zou wenschen, dat er uit verdreven waren. Bijvoorbeeld, daar zijn in mijn ziel overblijfsels van :

Sluiten