Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aarzel niet, haast u, 't gevaar klimt mét spöed, Eer 't leven eens broeders verga ih den vloed.

Haast is ons tijdperk Van hulpbien voorbij; Nog vraagt üw Heer u: »Wat doet gij Voor Mij? Droeg Ik op 't hout niet uw zonden weleer ? Geef, zondaren reddend, Mijn naam dan ook eer.

Jezus, wij buigen in 't stof ons voor U, Dankbaar herhalen aanbiddend wij nu, 't Woord der belofte, Uw goedheid tot eer: Ons hart en ons leven behooren U, Heer!

No. 27. Uw werk en niet het mijne.

h w, 8, 46.

Uw werk en niet het mijne,

Is 't, waar 'k mijn heil van wacht; Waarop 'k geheel vertrouwe,

Het is door U volbracht. Koor: Ach, waar met al mijn zonden

En nooden heengegaan, Zoo Gij niet met Uw zoendood,

Voor zondaars had voldaan?

Uw smarten, niet de mijne Vernieuwen mij de vreugd,

Die midden in mijn droefheid Zoo vaak mijn hart verheugt.

Ach, waar enz.

Sluiten