Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar zooveel goddelooze jonge mannen waren als hier zijn. Ik hoop, dat gij bij God zult pleiten, opdat ik leve als een standvastig Christen voor hen en opdat zij mij niet op verkeerde wegen leiden. Ik hoop zoo voor hen te leven, dat ik er misschien in slagen zal, hun zielen voorj Christus te winnen. Bid voor mij, lieve moeder."

In den loop van 1858 begon Moody een zondagschool voor eigen rekening in een leegstaande herberg. Zijne helpers waren de heer Stillson en een zekere heer Carter, die het gezang leidde. Spoedig was er behoefte aan meer ruimte en toen de burgemeester van de stad het plan begreep om pogingen te doen tot redding van de kinderen in dit overbevolkte deel der stad, stond hij gaarne het gebruik van de groote zaal op de Noorder-Markt af voor zondagsschoolwerk. Dit was een groote zaal tegenover een markt, toebehoorende aan de stad; zij werd bijna eiken Zaterdagavond verhuurd voor danspartijen, waarbij ruim gebruik werd gemaakt van drank, ververschingen en sigaren. Maar de zaal was gemakkelijk en paste goed bij die taaie wijk, waar Moody bij voorkeur werkte.

Na eenige straatjongens opgezocht te hebben die niet hielden van de zendingsschool in de Wellsstraat en daarom er van daan waren gegaan, noodigde hij hen uit om hem te helpen bij zijn nieuwe onderneming. De jongens hadden schik er in helpers te worden en waren gewillig om het werk aan te vangen.

Sluiten