Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het programma werd uitgevoerd, zooals het opgemaakt was. De heer Moody greep den jongen, duwde hem snel de voorkamer in vóór hij eigenlijk begreep, wat er gebeurde en sloot de deur. Hij gaf den jongen een verschrikkelijke rammeling en keerde toen terug met een rood gezicht, maar met een uitdrukking van overwinning op het gelaat. Hij zei: »ik geloof, dat die jongen gered is!"

De jongen werd kort daarna bekeerd en jaren later bekende hij aan een vriend, dat hij nog de voordeelen genoot van die godsdienstoefening.

De Roomsch-Catholieke kinderen uit de buurt waren een bron van zware beproeving voor Moody, daar zij zijn bijeenkomsten verstoorden en de ruiten deizaal stuk gooiden. Toen alle middelen waren uitgeput om deze jvernielzucht tegen te gaan, ging Moody een bezoek brengen aan bisschop Duggan. Toen hij aan diens huis kwam, vertelde men hem, dat de bisschop niet thuis was.

»Dan zal ik op hem wachten," zei Moody.

Een poosje later waren de twee tezamen en Moody diende zijn klacht in en verzocht den bisschop toezicht uitte oefenen over zijn parochianen. De bisschop kwam hem vriendelijk te gemoet; maar zei, dat iemand van zijn ijver behoorde te zijn in de ware Kérk. Moody zei, dat hij niets liever wenschte dan in de waarheid te zijn, maar dat, indien hij Roomsch Catholiek werd hij moest beginnen met zijn namiddagbidstond op te geven.

Sluiten