Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een oudere broeder van een van de leerlingen was in het Zuiden, toen de oorlog uitbrak en toen deze vernam welken invloed Moody op zijn familie uitoefende, schreef hij naar huis, dat hij bij zijn terugkomst Moody den nek zou omdraaien. Toen hij terugkeerde, kreeg hij typheuse koortsen en Moody hielp hem verplegen. De man was zoo getroffen, dat zijn wrok verdween, dat hij zich bekeerde en een trouw vriend van Moody bleef.

Eens ging een vergeetachtig of onnadenkend leerling zitten met de pet op het hoofd. Een van Moody's lijfwacht ontblootte hem het hoofd, sloeg hem een blauw oog en wierp hem spartelend op den grond met de woorden:

»lk zal je leeren niet de zondagschool van mijnheer Moody binnen te komen met je hoed op."

Op een keer, dat Moody er op uit was om nieuwe leerlingen te zoeken, kwam Moody in een huis waar niet alleen kinderen waren maar ook een flesch brandewijn, die de vader had gekocht als Zondagsche traktatie. Moody nam den brandewijn en gooide de flesch op straat leeg. De volgende week, toen hij terugkwam, weer met het doel leerlingen te vinden, wachtte de man hem op. Daar hij bekende, dat hij de brandewijnflesch had gebroken, trok de man zijn jas uit en wilde vechten. Maar Moody zei:

»lk brak de llesch voor het welzijn van u en uw gezin. Als ik daarvoor geranseld moet worden, laat me dan voor u allen bidden vóór gij het doet."

Sluiten