Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

Het werk in de Farwell-Hall.

De toenemende bloei van de Y. M. C. A. onder de ijverige leiding van Moody deed weldra de behoefte ontstaan aan ruimere lokalen. Het bestuur dacht na, maakte plannen en bad om een eigen gebouw — het deed alles behalve de handen uit den mouw steken. Eindelijk werd er voorgesteld, dat de heer Moody, die juist zoo goed geslaagd was in de oprichting van de Illinoisstraat-kerk, tot president zou gekozen worden en John V. Farwell tot vice-president. Maar daar men Moody beschouwde als te radikaal om president te wezen, werden de rollen omgekeerd. Terwijl men met het verkiezingswerk bezig was, ging Moody er op uit om inschrijvingen te krijgen en voor den avond had men de zekerheid van een gebouw, dat een zaal zou bevatten met plaatsgelegenheid voor drie duizend personen en daarbij ruimten voor kleinere vergaderingen en kantoren. Het was stellig het voornaamste gebouw der Jongelingsvereeniging in Amerika.

Sluiten