Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De inwijding op den 29sten September 1867 was een merkwaardige gebeurtenis in de geschiedenis van den godsdienst. George H. Stuart, president van de Christelijke Commissie der Vereenigde Staten (U. S. Christian Commission) reisde achthonderd mijlen om er bij tegenwoordig te zijn. De zaal was propvol, verscheidene bezoekers waren overgekomen uit andere steden en staten. Het kleurlooze karakter der Y. M. C. A. bleek uit de aanwezigheid van dominees van alle gezindten — en dit in een tijd, toen haar werk pas begon en naijverige oogen er op loerden of zij misschien een mededingster van de Kerken zou worden.

De toespraak, die Moody dien avond hield, verhaalde hoe goed God was geweest door hen te brengen van zoo'n klein begin tot hun tegenwoordige invloedrijke positie. Hij pleitte voor een krachtigen aanval op de sterkten der zonde, zeggende dat men reeds al te lang verdedigend was opgetreden. Hij profeteerde, dat het werk nog slechts in zijn kindsheid was.

Men was voornemens de zaal te noemen naar Moody, ter eere van zijn volhardende en geslaagde pogingen te haren behoeve; maar toen het geschikte oogenblik kwam, betrad Moody het spreekgestoelte en drukte in korte, hartstochtelijke woorden den wensch uit, dat de naam zou zijn Farwell-Hall, ter eere van den man, die voorzitter was van de bouwcommissie en die mildelijk gesteund had. Het voorstel werd bij acclamatie aangenomen.

Sluiten