Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in mijn kerk in heel Chicago en velen bekeerden zich. Ik was in zekeren zin voldaan. En toch bleven die vrome vrouwen maar altijd voor mij bidden en haap ernstig spreken over de zalving voor bijzonderen dienst bracht mij aan het denken. Ik vroeg haar eens met mij te komen praten en wij knielden neder. Zij stortten hare harten uit en baden voor mij, dat ik vervuld zou worden met den Heiligen Geest. Toen kwam er een groote honger in mijn ziel. Ik wist niet, wat dit was. Ik begon te weenen, zooals ik nooit te voren gedaan heb. De honger vermeerderde. Ik gevoelde werkelijk, dat ik niet langer begeerde te leven, indien ik niet deze kracht tot den dienst kon ontvangen."

Terwijl Moody in dezen verstandelijken en geestelijken toestand was, werd Chicago in den asch gelegd. De groote brand begon op den 8sten üctober 1871 en vernielde zoowel Farwell Hall als de kerk in de Illinoisstraat. Moody had juist vijf achtereenvolgende avonden in Farwell Hall gepreekt over het leven van Christus. Hij schetste den Zaligmaker van de wieg tot in de gerechtszaal en dien avond maakte hij, naar hij meende, de grootste fout, die hij ooit in zijn leven beging. Een brandsignaal klonk luide door de stad, maar hij lette er niet op. Men hoorde zoo dikwijls dat sein en men was gewoon er niet veel om te geven.

Moody eindigde zijn preek met de woorden: »Wat zal ik doen met Jezus?" en zei tot de hoorders:

»Nu, ik wensch, dat gij de vraag mee naar huis

Sluiten