Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij zich nu juist niet tot zingen gestemd gevoelden. Ik scheen de eenige te zijn, die lust tot gezang had. Met mijn stem kon ik het niet doen, maar heel diep in mijn ziel klonk het lied, want ik ging naar huis om mijn geliefden te ontmoeten.

»Toen wij omstreeks drie dagen in zee waren, lag ik, zooals gewoonlijk op zee op mijn sofa, mijzelf geluk wenschende met mijn goed geluk en ik was zeer dankbaar aan God. Ik beschouwde mijzelf als een fortuinlijk man, want bij geen van mijn nog al groote reizen, te land of ter zee had ik nog ooit een ernstig ongeluk gebad.

»TerwijI ik mij verdiepte in deze dankbare gedachten, werd ik opgeschrikt door een vreeselijk gekraak en een schok alsof het schip op een rots gestooten had. Eerst voelde ik niet veel bezorgdheid — misschien was ik te ziek om erover te denken. Mijn zoon sprong uit zijn kooi en vloog naar dek. Hij kwam een oogenblik later terug, uitroepende, dat de pijp was gebroken en dat het schip zinkende was. Ik geloofde eerst niet, dat het zoo erg kon zijn, maar besloot toch mij aan te kleeden en naar boven te gaan. Wat mijn zoon gezegd had, was maar al te waar. De kapitein zei tot de verschrikte passagiers, die haastig naar boven waren gekomen, dat er geen gevaar was en eenige van de tweede klas reizigers gingen naar hun kooien, doch werden weer spoedig eruit verdreven door het binnenstroomende water en moesten alles achterlaten.

Sluiten