Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uw gang is wankelend, de dood heeft u bijna gegrepen; en waar zijn de teekenen van Zijne komst? Gij laat u misleiden door uw verbeelding, Simeon, uw hoop is volkomen ongegrond." „Neen," antwoordde Simeon, „ik zal den dood niet smaken voordat ik den Christus des Heeren gezien heb; ik zal Hem zien voordat ik sterf. Ik kan mij Simeon denken op een schoonen morgen wandelende in een van de schoone dalen van Palestina, peinzende over het groote onderwerp, dat al zijn gedachten innam. Daar ontmoet hij een vriend. „Vrede zij met u; hebt gij het wonderlijke nieuws gehoord?" „Welk nieuws?" vraagt Simeon. „Kent gij Zacharias den priester?" „Zeker, wat dan?" „Overeenkomstig de regeling van de bediening van den tempel, was het zijn beurt om wierook te branden in den tempel des Heeren, en een groote menigte stond buiten te bidden. Op t oogenblik dat hij wierook ging branden verscheen hem een engel, staande ter rechter zijde van het altaar, die hem zeide dat hij een zoon zou krijgen, wiens naam Johannes genoemd zou worden; een die groot zou zijn voor den Heer, die voor den Messias zou henengaan en den Heere bereiden een toegerust volk. Die engel was Gabriël, die voor God staat; en omdat Zacharias niet geloofde, werd hij met stomheid geslagen." „Ah, zeide Simeon, „dat vervult de profetie van Maleachi. Dat is de voorlooper van den Messias; dat is de morgenster; de dageraad is niet ver meer af, de Messias is in aantocht. Hallelujah! De Heer zal spoedig tot Zijnen tempel komen!" De tijd vliegt voorbij.

Sluiten