Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Es bildet ein Talent sich in der Stille . . .

Het is Zondag!

De vlakte ligt stil, rustig, verlaten in den glans der zon. De hemel rust als een zeer groote, hoog gewelfde koepel van saffier op de aarde, de zon is de fonkelende roos van het gewelf, duizend jubelende vogels vormen het domkoor, dat Gods liefde en lof aan het uitgestrekt heelal verkondigt.

Ja, het is Zondag, — zoo plechtig en feestelijk getooid als heden heeft de heide er in langen tijd niet uitgezien.

De heideplant bloeit; als een zachtroode sluier bedekt zij geurende den bruinen grond ; de bremstruiken worden door den ademtocht der lucht, als fijne reigervederen op het schoone vrouwenhoofd, bevallig heen en weer bewogen, en zoodra de stengels in beweging komen, fonkelen, zoover het oog reikt, milliarden dauwdruppels als kostbare juweelen.

De landstreek is noch belangwekkend, noch schoon ol rijk aan afwisseling, — verwende menschen vinden haar zelfs eenzaam en begrijpen niet, hoe men hier jaar uit, jaar in kan leven. Zij evenwel, die hier geboren zijn of die de luidruchtige, lichtzinnige wereld vol ondank, zwendel en valschheid zijn ontvlucht, om hier te vergeten, dat zij in de negentiende eeuw leven, zij schudden het hoofd over die verblinden, wier haasten en drijven veel te zenuwachtig is, om de schoonheid

Sluiten