Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heffen zich als groote mierenhoopen boven den grond.

Een dorp aan den zoom der heide, — de overgang van de eenzaamheid tot de wereld en het leven.

Daar roeren zich menschenhanden, daar begint de strijd om het bestaan, daar dwingt de tevredenheid met een sober deel den armoedigen bodem het dagelijksch brood af. —

Het zijn slechts weinige huizen. Als een troepje schuwe kuikentjes verdringen zij zich om de kloeke, plompe, eenvoudige kerk, midden op den Godsakker. , Zij draagt geen daarvoor buldert de storm 'c

zee te krachtig over haar; de muren zijn stomp en zonder eenig versiersel opgetrokken als een steenhoop, waarin men boogvensters heeft gemaakt, hoog en smal, van den grond tot onder het dak. Een eenvoudige klokkestoel draagt het kruis, en rechts en links van de deur steunen kolommen een dak, dat tot beschutting van de eenvoudige steenen beelden der Apostelen tegen de guurheid van het weder moet dienen. —

Het kerkhof is zoo eenvoudig en zonder praal, als de smaak is geweest van hen, die er hun laatste kamertje betrokken. —

Elzen- en vlierstruiken, een paar kwijnende seringenboomen en wilde rozen rekken een armzalig leven in het zand. — Zwarte kruisen waken over de grasheuvels en alleen dicht bij den kerkmuur schittert een witmarmeren monument in een net onderhouden tuintje.

Daar is het familiegraf van den eigenaar van het landgoed, en onder den zegenenden Christus slaapt als eerste, die daarin ter ruste werd gelegd, de oude Overste, die in zijn tijd den „Heidehof" liet voltooien.

De Heidehof is een eenvoudig heerenhuis, maar de boeren zijn er niet weinig trotsch op en noemen het „het Slot". — Volgens hun begrip is het ontegenzeggelijk een bepaald prachtige bezitting, het is uit massieve steenblokken opgetrokken, draagt een beschoten dak en heeft groote, heldere vensters, waarachter sneeuwwitte gordijnen zoo feestelijk schitteren,

Sluiten