Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de knol stootte, dat ik dacht, dat de ingewanden me uit de keel zouden vliegen .... maar dood en duivel! ik beet de tanden op elkander en reed mijn aanval, dat de bodem rookte! — En goed ging het! brillant ging het! Ik mag een hondsvot zijn, als het niet zoo was ! Ik heb ook met den besten wil niet geweten, hoe en waar zij mij een neus aannaaien zouden! De Generaal heeft alleen na afloop der critiek gevraagd: „Voelt gij u ziek, Luitenant-Kolonel Koltitz? Gij hangt me zoo ongelukkig in den zadel!" - Ik lachte en vloog in de hoogte. „Steken in de zijde, Excellentie! — we hebben een weinig al te scherp gereden!" — — En dat was een ezelachtige domheid van me. Maar ik was mijn leven lang een eerlijke, rechtschapen kerel — ik heb de waarheid gezegd en niet overlegd, of het voordeelig was of niet. — Doch dat daar gelaten ! Ik had mijn werk uitstekend verricht, had voor de geheele wereld getoond, wat ik kon, — hoe zou het me nu nog ontgaan! Toen wij naar ons kwartier terugreden, overlegde ik bij mezelf: welk regiment men mij geven zou. Het lieve, oude, waarin ik toen ter tijd voor Metz het IJzeren Kruis verwierf, kwam vrij ; zeker kreeg ik het thans als Commandant — en deze gedachte.... duivels ja — 't was altijd mijn vurigste wensch geweest — die maakte me dronken van vreugde ! — Wij lagen in een kasteel met den Opperbevelhebber en zijn staf. Het diner was goed, de sect stroomde .... en ik — in mijn opgewondenheid — ik deed, wat ik jarenlang vermeden had, ik bedronk me. — Daar had men de poppen aan 't dansen. Den volgenden dag lag ik, razend van pijn — hulpeloos en ellendig als een schurftige hond. — Gekheid, geen mensch is gevrijwaard voor zulk een vervloekte ongesteldheid, — zij zou ook zijn voorbijgegaan evenals alle andere aanvallen, — maar.... thans was het aan de groote klok .... en wanneer voor de ranglijst het slachtfeest aanbreekt, als eerst de stoel met het witte schort buiten hangt, dan komt alles te berde, wat ergernis geeft." —

Sluiten