Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De spreker liet het hoofd diep op de borst zinken, het magere gezicht zag er afgrijselijk uit onder het zieleleed, dat het weerspiegelde. — „Veertien dagen

later —- ■— had ik mijn ontslag in huis." Een

oogenblik heerschte er diepe stilte. De boeren van Ellerndörp konden het wel niet recht begrijpen en doorzien, waarom de oude kranke man zoo sterk naar een eigen regiment had verlangd, — hij was toch rijk, kon een landgoed koopen en zich een huis laten bouwen, — hij had er vrede mede moeten hebben, eindelijk van de plagerij verlost te worden... maar... maar het ziet er in een heerenhoofd ietwat anders uit, dan onder een boerenschedel. Zij beseften het instinctmatig, dat den Overste een bitter leed had getroffen, en dat eerbiedigden zij. Stom zat de kleine kring om de tafel. Alleen een ernstig knikken met het hoofd, het uitblazen van dikke rookwolken en een schoffelen met de klompen waren de uitwendige teekenen hunner deelneming.

Eindelijk krabde de Schout zich in het blonde haar. „Wil daarin nu maar berusten, Heer, dat zijn „gedroogde kruiden", welke spoedig vergeten zijn, als gij van dat schandelijk gebabbel niets meer hoort en ziet!"

Koltitz wischte met zijn zakdoek voorhoofd en gelaat af, terwijl de trek van ziekelijke verbittering sterker dan ooit op zijn rimpelig gelaat op den voorgrond trad. Hij barstte in een bitteren schaterlach uit: „Ja, ja! vergeten! als ik van de heele wereld niets meer zie en hoor! Daarom ben ik dan ook tot jelui gekomen, kinderen! Hier, in uw ver van de wereld verwijderde eenzaamheid, wil ik de wonde laten uitbloeden, — hier zit zij! hier in de borst, — ach -— en die veroorzaakt duizendmaal meer pijn, dan de Fransche kogel!... De wonden, welke Duitsche ondankbaarheid in hart en ziel slaat, die heelen en vergroeien niet — nimmer — neen, nimmer!"

De spreker steunde luide, vervolgens hief hij eensklaps het hoofd op en liet den blik, fonkelende van harts-

Sluiten